Etnische boeddhisten in Nederland, zoals mensen van Chinese, Thaise, Japanse, Sri-Lankaanse, Vietnamese, Koreaanse of Japanse afkomst komen uit een land waar het boeddhisme een eigen kleur heeft aangenomen. Dat kan, er is geen centraal gezag dat zegt wat boeddhisten moeten ‘geloven’ en wat ze wel en niet mogen.
In het Westen kleden boeddhisten zich als ieder ander. Wel dragen boeddhistische monniken vaak saffraangele, oranje of donkerrode gewaden. Zij hebben hun hoofden kaalgeschoren, als teken van onthechting.